update: 21 februari 2012

contact
© Robert Dijkstra
2006 -2012
E-mailadres: web@robertdijkstra.eu
opmerkelijk
Opmerkelijk
leven
Mijn Leven
albums
Mijn fotoalbums
acebook
auto
Auto Nieuwspagina
te koop
links
Links
weer
tv gids
pc hulp
PC Hulp Doetinchem en omstreken
home
Home
beurs aex
Opmerkelijk

'Suikerziekte valt te genezen'

 

Patiënten met suikerziekte kunnen mogelijk genezen worden, ook jaren nadat de diagnose is gesteld. Dat blijkt uit onderzoek van professor Bart Roep van het Leids Universiteit Medisch Centrum, dat dinsdag is gepubliceerd.

 

Roep ontdekte dat mensen met diabetes type 1, ook wel suikerziekte genoemd, nog altijd cellen hebben die insuline kunnen aanmaken, maar dat die niet actief zijn.

 

Dit is in tegenstelling met de eerdere conclusie dat de cellen helemaal weg zouden zijn. Als die cellen weer geactiveerd kunnen worden, kan de patiënt genezen, zelfs zo'n 10 jaar na de diagnose.

 

Afweercellen

Bij diabetes type 1 vallen afweercellen de bewuste insuline genererende cellen aan. Roep heeft nu ook precies kunnen vaststellen welke afweercellen dat zijn. "Daardoor kan je gericht een vaccin ontwikkelen dat alleen die ontspoorde afweercellen aanpakt.''

 

Vermoedelijk kunnen zo'n 50.000 mensen met deze vorm van diabetes baat hebben bij zo'n vaccin. Vooralsnog zijn de onderzoekers nog bezig met de eerste stappen in de ontwikkeling van zo'n vaccin.

 

Vaccineren

Eventueel vooraf vaccineren, zoals bijvoorbeeld met meningokokkentypes gebeurde, is nog ver weg, meent Roep. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het Diabetes Fonds.

 

Waarnemend directeur Hanneke Dessing van het fonds spreekt van een "mooi resultaat". "Maar we zijn er nog niet. Genezing is nog niet binnen handbereik, daarvoor is meer onderzoek nodig. Diabetes is een complexe puzzel, die alleen op te lossen is door breed te investeren in onderzoek.''

 

© Gelderlander 2012, op dit artikel rust copyright.

 

Bedrog in de meterkast

N
ederlandse huis­houdens hebben tientallen jaren lang miljarden eu­ro’s teveel betaald voor gas. Vanaf volgend jaar komt daar een einde aan, dankzij de wijziging van de zogeheten meetcode. Dat betekent een streep door de oneigenlijke gaswinsten waar energiebedrijven en overheid al die tijd van hebben geprofiteerd.

„Een einde aan meer dan vijftig jaar gelegaliseerde diefstal”, noemt de Eindhovense professor Anton van Putten van AnMar Research Lab het. Hij kaartte de kwestie in 2007 aan bij de overheid. Volgens zijn berekeningen betalen de 7 mil­joen Nederlandse huishoudens ie­der jaar 369 miljoen euro te veel voor gas.

Energiebedrijven brengen al decen­nia lang meer gas in rekening bij de huishoudens dan ze feitelijk ver­kopen. Dat komt omdat het gas bij binnenkomst in de woning door de warmte uitzet, waardoor de gas­meter meer kubieke meters regis­treert dan het energiebedrijf heeft geleverd. Gemiddeld wordt daar­door jaarlijks 3,25 procent meer gas in rekening gebracht.

Energiebedrijven rekenen voor de consument met een gastempera­tuur van 7 graden bij aflevering in de woning, terwijl de feitelijke temperatuur volgens metingen van het onderzoeksinstituut KI­WA Gastec, gemiddeld 15 graden is. Dat laatste was in vakkringen al sinds 1986 bekend. Dat leidt vol­gens het rapport van dit instituut tot ‘een fout in de volumeherlei­ding die in het nadeel is van de af­nemer’.

Van Putten is niet de eerste die de ‘legale diefstal’ aankaartte. Volgens de gepensioneerde Haagse ambte­naar Jan Bakker, die jarenlang bij het departement van Economi­sche Zaken op het gasdossier zat, was in 1957 al bekend dat energie­bedrijven op papier meer gas ver­kochten dan ze in het leidingnet stopten.

Dat blijkt ook uit vakliteratuur uit die periode. In de jaren tachtig wil­de de directie van het toenmalig Gasbedrijf Centraal Nederland (GCN) in Utrecht zogeheten tem­peratuur corrigerende meters plaat­sen om de meetwinsten te elimine­ren. Maar de toenmalige aandeel­houders - gemeenten in mid­den- Utrecht - werkten er niet aan mee.

Jaarlijks wordt 275 miljoen tot 415 miljoen kuub gas in rekening ge­bracht die niet is geleverd. Deze meetwinsten leveren energieleve­ranciers, netwerkbedrijven en de overheid miljoenen aan extra om­zet en inkomsten uit btw en mi­lieubelasting (60 miljoen euro per jaar volgens Bakker) op. Consu­menten draaien daar alleen voor op; grote bedrijven niet omdat het gasverbruik daar wél nauwkeurig wordt berekend.

Vijf jaar geleden besloot toenmalig minister van Economische Zaken, Maria van der Hoeven, tot een on­derzoek naar de meetwinsten. Dat leidde tot de conclusie dat het wel meeviel: de gemiddelde consu­ment zou er geen financieel na­deel van ondervinden en energie­bedrijven zouden geen extra win­sten maken, volgens de minister.

Desondanks vond zij de situatie ‘ongewenst’. In Duitsland was de overheid al veel eerder tot dezelfde conclusie gekomen. De regels wer­den daar midden jaren negentig al aangepast.

In een brief aan de Tweede Kamer, in september 2008, kondigde de minister aan dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) ‘op korte termijn de methode van vo­lumeherleiding aan zal passen’.

Volgens de woordvoerder van de NMa gebeurt dat op zijn vroegst pas per 1 januari 2013. Energieleve­ranciers en netwerkbedrijven zijn verslaafd geraakt aan de meetwin­sten en werken met de grootst mo­gelijke tegenzin mee.

In november 2010 zegde Netbe­heer Nederland, koepel van de net­werkbedrijven die de meterstan­den opnemen, volledige medewer­king toe aan het opstellen van nieuwe regels.

Uit briefwisselingen tussen netbe­heerders en NMa, daarna, blijkt echter dat de betrokken partijen, vertegenwoordigd in het Gebrui­kersplatform Elektriciteitsnetten (GEN), absoluut niet willen mee­werken omdat er ‘geen enkel draagvlak’ voor bestaat.

Ook is duidelijk dat de netbeheer­ders de aanvankelijk gekozen tem­peratuurcorrectie naar 17 graden wilden terugschroeven naar 13 gra­den, waardoor de meetwinsten nog deels in stand worden gehou­den.

Het liefst stellen de netbeheerders de aanpassing van de regels uit tot­dat het grootste deel van de wonin­gen is voorzien van een ‘slimme meter’, die de gastemperatuur au­tomatisch corrigeert. Het duurt nog tot 2020 voordat Nederland grotendeels van die meters is voor­zien.

De NMa is in januari begonnen met raadpleging van alle partijen.

Gezien de opstelling van de netbe­heerders is verdere vertraging niet ondenkbeeldig. Energieleveran­ciers hebben eerder al duidelijk ge­maakt dat ze wegvallende meet­winsten zullen compenseren met hogere tarieven. Onderzoeker Van Putten heeft geen triomfgevoel.

„Ik ben uitgelachen en wegge­hoond. Maar feit is wel dat de re­gels nu toch veranderd worden in het belang van de consument.”


‘Een einde aan meer dan vijftig jaar gelegaliseerde diefstal’

Copyright De Gelderlander (c)

 

 

Column uit DG 11 januari 2011

 

Terug naar de sociale beurs

Het was een vorstelijk bedrag dat ik als stu­diebeurs kreeg: 2.500 gulden per jaar! Per maand had ik dus iets meer dan fl 200 te besteden, omgerekend ruim 90 euro. Een kwart ging daarvan af voor kamerhuur, maar college­geld hoefde je als bursaal niet te betalen. Het geld werd in twee termijnen uitbetaald. Nog zie ik me be­hoedzaam van de Nederlandse Crediet Bank naar het Nijmeegse hoofdpostkantoor lopen, met de hand op de zak waarin fl 1.250 zat. Die gigantische som liet ik onmiddellijk bijschrijven op mijn spaar­bankboekje van de Rijkspostspaarbank. Na de crisis vertrouwde ‘ons soort mensen’ gewone banken niet meer. De RPS gaf wel een lagere rente, maar de staat stond garant. Ik ben die bank trouw gebleven tot zij enkele jaren geleden haar verleden verraadde en de naam Postbank afzwoer. Toen ben ik overgestapt naar een bank die mijn geld verantwoord belegt.

 

Het is daarbij nog even uitkijken want er is een bank met een Griekse naam op de markt die huichel­achtig verzwijgt dat zij behoort tot de Kerk van de antroposofie – dat is ook al Grieks. Leer van mij als classicus: wantrouw instanties die dikdoen met Grieks in de naam.

 

Enfin: de koning te rijk voelde ik me met mijn eigen inkomen. Het stelde gerust dat ik een volledige beurs had: als voorbeeldige student hoefde ik niets terug te betalen – ‘ons soort mensen’ heeft een hekel aan schulden. Daarmee hoorde ik tot een minder­heid van een minderheid. De meeste studenten die studiefinanciering kregen, ontvingen namelijk een renteloos voorschot. Zij waren echter een minder­heid op de totale studentenpopulatie, ongeveer een derde deel. Nijmegen was landelijk een uitzonde­ring, want hier kreeg al de helft van de studenten studiefinanciering. Dit hoge percentage bewees dat Nijmegen studenten uit lagere standen aantrok, want je kreeg alleen een studietoelage als het inko­men van de ouders ontoereikend was. We hadden toen dus een echt sociaal stelsel van studietoelagen.

 

Later, toen het door de welvaart niet op kon, is er een systeem gekomen dat iedere student een basis­inkomen garandeerde, parallel aan de AOWdie ook aan miljonairs wordt uitgekeerd. Op dit moment is de basisbeurs niet genoeg om van te bestaan. Zij is een leuk extraatje voor de financieel al bevoorrech­ten, net zoals de hypotheekaftrek. Daarvan profite­ren de bewoners van villa’s met huizenhoge schul­den het meeste. Telkens weer blijkt dat (ooit) goed bedoelde publieke voorzieningen vooral ten goede komen aan de reeds gegoeden. De tegenwoordige re­gering van horken, die op hufters steunt, durft niet aan de heilige melkkoe van de villasubsidie te ko­men. Nou ja, je moet ergens beginnen. Daarom ben ik niet tegen een sociaal beursstelsel. Het lijkt me de terugkeer naar de sociale politiek van rooms-rood.

 

uit: DG.nl 23 december 2011

 

‘ Besuiniging’

Sorry, minister van Bijsterveldt voor mijn spelfouten in deze brief.

Onze juf heeft geen tijd meer om ons alle regels uit te leggen. Ook de tafels moeten wij nu met onze ouders oefenen. De juf moet twaalf handelingsplannen maken, zegt ze. De juf zit nu aan de intruk­sietafel om extra uitleg te geven.

Twee kinderen hebben disleksie en dan leest de juf eerst de tekst en de opdrachten voor.

Een jongen H, heeft adhd en de juf moet zijn pilletje niet vergeten. An­ders gaat H onder de tafel liggen en wordt hij heel druk.

Een meisje A. heeft odd. Zij geeft heel vaak een grote mond tegen on­ze juf.

Een meisje N. is heel verdrietig, want haar ouders gaan scheiden.

De juf moet met de atvokaat bel­len anders maken de ouders ruzie op het schoolplein.

We hebben een jongetje met sjille de la toerette. Hij roept allemaal woorden door de klas die wij niet mogen zeggen. Niemand wil naast hem zitten; hij blijft ook altijd bin­nen in de pauze. Een meisje Ch. heeft pedede nos.

Ik weet niet goed wat dat is, maar ze houdt niet zo van drukte.

De juf schrijft altijd een rooster op het bord, dan weet zij wat er gaat gebeuren. Een moeder helpt ons bij het leesgroepje en mijn vader geeft ons timmerles. De oma van N. leert ons breien, dat is heel erg leuk. We hebben geen kerstboom in de klas, want meester Jan werkt niet meer bij ons op school. Die was te duur. De juf is al een week ziek en er komt iedere dag een an­dere invaller. Komt u een keertje bij ons op be­zoek in de klas?

Marjon Frazer

 

 

 

uit DG.nl 21-12-2011

Infojunks kunnen niet zonder.

 

 

Even rustig met elkaar koffie drinken is er niet meer bij. Met de smartphone dragen we de hele dag door de complete familie en vriendenkring mee in onze achterzak. En dat schept verplichtingen. Zo­zeer, dat ze bij de landelijke Jeugdkliniek voor verslavingszorg in Tiel een groeiend probleem zien: jon­geren verslaafd aan Facebook, Twitter, MSN en mails checken. ‘ Infobesitas’ heet het fenomeen dat leidt tot slapeloosheid, angst- en concentratiestoornissen. Bij Iriszorg vermoeden ze dat volwassenen net zo gevoelig zijn voor deze verslaving. „Maar infobesitas is nog niet officieel erkend als verslavingsstoor­nis”, zegt Marius Nabuurs van Iriszorg. „Daardoor wordt dit nog niet als zodanig herkend.”

Trillen en zweten als Facebook onbereikbaar is.

Steeds vaker komen jonge­ren op het spreekuur van verslavingsklinieken die last hebben van ‘infobesitas’: ver­slaafd zijn aan Twitter en Facebook. Hulpverleners van de Jeugdkliniek van Iris­zorg in Tiel zien ze steeds vaker op het spreekuur: jongeren die letterlijk zweten en trillen wan­neer ze een halfuur hun e-mail niet kunnen checken. Op vakantie lijken ze rijp voor angststoornissen, omdat sociale media als Facebook en MSN bui­ten bereik zijn. Tieners vatten de slaap niet meer, wanneer de vertrouwde iPhone, hun levenslijn met de buitenwe­reld, ’ s nachts op het nachtkastje ontbreekt. Je zou tijdens je slaap eens een tweetje missen. Concentreren op het huiswerk is nagenoeg onmogelijk op de eigen kamer. Daar staat immers die ver­leidelijke computer te lonken. De Jeugdkliniek, landelijk aanmel­dingspunt voor verslavingen bij jongeren, heeft er tegen wil en dank een nieuwe doelgroep bij: tie­ners verslaafd aan sociale media.

Het fenomeen wordt ook wel aan­geduid als ‘infobesitas’.

Trendsignaleerder YoungWorks zette de ziekte in 2010 op één in een top 10 voor jongerentrends. Een schot in de roos. „Het is dit jaar alleen maar meer geworden”, aldus adviseur-onderzoeker Maxi­me Rooijmans van het Amster­damse jongerenbureau. Vreemd genoeg ontbreken exacte cijfers over hoeveel jongeren ver­slaafd zijn aan smartphone of iPad. Dat geldt ook voor ouderen trouwens, die misschien wel net zozeer vatbaar zijn voor de nieuwe vorm van internetverslaving. „ De ontwikkelingen in de onli­ne- communicatie gaan zo snel dat de wetenschap achter de feiten aanloopt”, verklaart internetdes­kundige Regina van der Eijnden van de Universiteit van Utrecht. „Infobesitas is nog niet officieel er­kend als verslavingsstoornis”, geeft Marius Nabuurs van Iriszorg een tweede verklaring. „Daardoor kun­nen we de officiële diagnose niet stellen en wordt de verslaving als zodanig niet gediagnostiseerd.” Dat mag waar zijn, maar volgens gameverslavingsdeskundige Tony van Rooij van onderzoeksbureau IVO in Rotterdam is duidelijk uit de literatuur en praktijk dat som­mige mensen de beheersing over hun internetgebruik verliezen en hulpbehoevend zijn op dit gebied. Bij Iriszorg zien ze infobesitas rela­tief vaak bij jongeren die ook ge­voelig zijn voor game- en porno­verslaving. Nabuurs: „Maar dat is de groep die we hier al behandelen. Ons ver­moeden is dat er veel meer kinde­ren en ouderen verslaafd zijn aan sociale media. Alleen wordt dit niet herkend.” Signalering is des te lastiger, om­dat sociale media in elk gemiddeld huisgezin een grote rol speelt. Dat we met zijn allen uren per dag be­zig zijn met internet, wordt maat­schappelijk geaccepteerd. Wan­neer sociale media iemands leven beheersen, is er echter iets mis. Behandelcoördinator Rinske Lyck­lama à Nijeholt van de Jeugdkli­niek: „We zien jongeren die ook tij­dens het eten dwangmatig moeten sms’en, geen andere hobby meer hebben en zelfs van school ge­stuurd worden, omdat ze door con­centratieproblemen niks meer presteren.” Toch verwacht IVO-onderzoeker Van Rooij niet dat verslaving aan sociale media een epidemie wordt. „Een grote component in dit ver­haal is ook de generatiekloof. Ouders begrijpen soms onvoldoen­de waarmee hun kinderen bezig zijn, terwijl die kinderen zelf ner­gens problemen mee hebben.” „We zien jongeren die dwangmatig móeten sms’en tijdens het eten”